© DF-Koekelare 
Kristof Vanhee
Te gast bij ... meester-schoenlapper Kristof Vanhee 25 JAAR VAKMANSCHAP Wat dreef hem bij zijn jobkeuze ? Wat boeit hem in zijn werk ? Wat vindt hij van zijn klanten ? Hoe ziet hij zijn toekomst ? En de toekomst van zijn vak ? Wij gingen op interview bij Kristof Vanhee, meester-schoenlapper in het midden van zijn  dorp.
Waarom koos jij ervoor om schoenlapper  te worden ? Je begint wel met een moeilijke vraag. Hoe kom je tot zo’n keuze ? Da’s een heel verhaal ! In de Lagere School haalde ik goeie punten. Mijn vader zond mij dus naar “het college”. Ik hield dit twee jaar vol, maar ik was echt geen student. Toch hoopte mijn vader nog op bekering. Hij zond mij dus naar het internaat in Meldert. Daar zou men van mij wel een student maken, zo dacht  mijn pa. Ik volgde er de moderne afdeling, de zogenaamde “economische”. Na twee jaar presteerde ik het om voor wiskunde en economie een onvoldoende te scoren.  Ik was toen zestien jaar, ik vond mij “klaar voor het leven”. De school beschouwde ik als “speeltuin” en eigenlijk tijdverlies.  Mijn kindertijd was voorbij, zo vond ik. Jij stond toen dus eigenlijk op een keerpunt in je leven ? Dat mag je wel stellen. In de zomervakantie die daarop volgde, mocht ik een maand lang vakantiejob doen. Ik speelde “garçon” aan de kust. Voor mij was dit een echt fantastische tijd. Ik wilde, wat zeg ik, ik was enthousiast om te “werken met m’n handen”.  Mijn pa moest zijn droom – dat ik ook voor kinesist zou studeren – opbergen. Dit was niks voor mij. Mijn oudere broer volgde toen al in Antwerpen de opleiding voor schoenmaker. Het lag dus voor de hand dat ik zijn spoor zou volgen. Niets echter was minder waar : school lopen was voor mij het ergste wat men mij kon aandoen. En hoe liep het dan verder ? Waar leerde jij dan de “stiel” ? Wel, gelukkig bestond toen al de mogelijkheid om met een leercontract het diploma van schoenlapper te halen. Zo kwam ik terecht bij Gerard Dekeyzer en zijn zoon Geert, de orthopedist. Gerard hield in de Hofstraat in Torhout de goed beklante schoenlapperij open. Zowel mijn vader als mijn moeder stemden erin toe dat ik deze kans kreeg. Ik ben er hen nog altijd biezonder dankbaar voor. En ik moet zeggen: ik kreeg van Gerard de perfecte opleiding. Hij was wel streng maar voor mij was hij de ideale leermeester. Hij leerde mij de technische vaardigheid van schoenlapper aan. De “tatsenvoet” die hier in mijn winkel staat, kreeg ik van hem cadeau toen ik bij hem na drie jaar leercontract “afstudeerde” ! En toen …startte jij een eigen schoenlapperij ? Neen hoor, ik moest dan nog mijn legerdienst doen. Hoewel ik beter zou zeggen: ik mócht deze dienst doen. Ik vond dit een “geluk”. Ik mocht van mijn pa wel geen para worden. Dat viel dus eerst tegen, maar mijn legerdienst in Duitsland viel erg mee. Ik kon er in de keuken werken, maakte zo ook allerlei personeelsfeestjes mee en kon er de tafels van de officieren “prepareren”. Ik moet zeggen dat de tafelrestjes er nadien telkens biezonder lekker meevielen… En na jouw legerdienst ? Ja inderdaad, toen begon het pas echt voor mij. Hier in de Dorpsstraat van Koekelare kon ik de winkelruimte huren van Lisa Dhulster. Zij had er jarenlang een groentenwinkel gerund. Daar bleef ik negen jaar tot wij de plek waar ik nu werk en woon konden aankopen. Schoenen lappen en oplappen, dat vergt heel wat technische kunde. Wijzigen de technieken nu nog ? Of blijft dit vrij stabiel ? Eigenlijk blijft dit vrij stabiel. Een schoen wordt nu gemaakt zoals hij honderd jaar geleden werd gemaakt. Materie en vorm blijven omzeggens dezelfde. Het enige – en wel grote – verschil is dat wat vroeger uitsluitend manueel werd gemaakt, nu veelal machinaal gebeurt. Hoe lang doe jij dit ambacht al ? Als zelfstandige doe ik dit nu precies 25 jaar ! … De tijd loopt snel, zeker op goeie schoenen ! Jij krijgt heel wat schoenen onder handen.  Is er veel verschil in kwaliteit ? Heel zeker. Dit is ook altijd zo geweest. Je moet bovendien geen vakman zijn om te zien of je te maken hebt met mooi plastiek dan wel met gezond en soepel leer. Ik mag dit hier wel eens zeggen: het enige Belgische merk dat de harde concurrentie met Italiaanse of Nederlandse merken met glans doorstaat is het merk Ambiorix uit Tongeren. Van Bommel uit Nederland is niet beter, maar die Hollanders zijn héél soepele verkopers… zij lijken als verkoper zacht als leder, maar eigenlijk zijn ze hard als een veter… Jij bent in ons dorp een bekende figuur als vakman in je schoenwinkel. Hoe sta jij tegenover je klanten in de winkel ? Vind je hen soms niet lastig ? Of te veeleisend ? Nee hoor. Iedereen is heel welkom, of wat dacht je ?! Het enige wat wel moeilijk ligt, is dat sommige klanten te goedkope schoenen kopen. Die schoenen vertonen dan natuurlijk vlug “mankementen”. Kristof herstelt die dan zo goed en zo kwaad als dat kan. Klant tevreden, maar helaas duurt dat leuke liedje niet lang. Na korte tijd staan ze daar opnieuw met dezelfde schoenen… Met zulke schoenen haal je geen eer van je werk. Ik heb dus maar één raad: koop degelijke schoenen. En als ’t nodig is, loont het wel de moeite om ze kwalitatief te herstellen. Hoe beter de schoen, hoe beter voor de schoenlapper ! Jij bent eigenlijk altijd erg vriendelijk en empathisch naar je klanten toe. Stop jij in die gesprekken met je klanten niet te veel energie en draag je hun problemen soms niet met je mee ? Ik vind van niet. Och, d’er zijn zelfs mensen die zomaar eens binnenlopen in de winkel, gewoon om goeiendag te zeggen en een kort babbeltje te slaan. Of ik problemem van mensen met mij meedraag ? Laat mij hierover dit zeggen: met mensen openhartig praten, al is het wel eens over zorgen: dit is “mijn lang leven”  bij wijze van spreken. In onze tijd van individualisme kan een babbel soms wonderen verrichten. Al zijn het maar kleine wondertjes, maar het kan. Eigenlijk heb ik die “bezorgdheid” voor mensen van mijn vader. Hij wou ook altijd mensen helpen. Dit wil ik hier toch vertellen: het volgende gebeurt in mijn winkel. Ik krijg hier in mijn winkel een autistisch kind, een zogenaamd mongooltje op bezoek. Altijd op zondagmorgen. En dan moet ik, samen met de klanten die toevallig in de winkel zijn op dat moment, hardop en met vele gebaren, altijd hetzelfde liedje zingen. En daarna moet er een stevige knuffel volgen. Je bent op slag alle drukte van de voorbije week vergeten. Zalig is dit ! Jij kent door je beroep heel veel mensen van alle slag.  Kun jij dit zeggen: wat bekommert de mensen het meest in hun leven ? In ons lieve landje hebben wij het materieel zo goed. Wij beseffen dit meestal niet, maar wij hébben twee-, drie- soms tienmaal meer dan de grote meerderheid van mensen in onze wereld.  Daartegenover staat dat er hier, zo vaak verdoken, zo’n grote emotionele armoede heerst. Mensen zeggen zo vaak dat ze geen tijd hebben voor dit of voor dat. Dat klopt niet. Je moet tijd maken. Zovelen lopen achter, wat ik noem “lege dozen” aan. Steeds meer geld willen, steeds verdere reizen maken, vrijheid om te profiteren van wat geld schijnbaar te bieden heeft… Heel vaak is dit niet de weg die naar diep geluk leidt. Zo hebben Maureen en ik ervoor gekozen om te investeren in een goed …fornuis ! Daar geniet je elke dag van. Samen. Dat mààkt gelukkig. Och, eigenlijk ben ik op dat punt een eigen-zinnige Einzelgänger. Ik wil zelfstandig zijn, ook in de manier waarop ik keuzes maak in het leven. Ik wil kunnen genieten van stevige vriendschappen. Ik wil er werk van maken om een gerechtje helemaal op punt te zetten. Ik wil de tuin van mijn vader pico bello onderhouden. Ik wil met mijn wielervrienden een stevige rit maken…  Dit geeft mij eigen zin, in alle betekenissen van het woord. Dat schenkt mij echt vol-doening. Als wij als volwassenen iets aan de jeugd moeten meegeven, dan is het dit toch: suggesties en voorbeelden om aan het leven te beginnen. Immers: leven is een kunst. En daar mag je niet oppervlakkig mee omspringen. Jong geleerd, is oud gedaan ! Wat vind jij het leukste aan je job ? Dat ik thuis kan zijn. Thuis kunnen werken is een luxe waarvan ik ten volle geniet. Ik ben altijd thuis en dit is voor mijn vrouw Maureen en voor onze kinderen, Bram en Robbert, wel tof. En praktisch. Ik kan af en toe een deel van het huishouden doen. En ik sta ook met veel plezier aan het fornuis. Schrijf het maar op: echte warmte vind je bij het eigen fornuis ! En wat valt eventueel tegen ? Of zwaar ? Dat de uren en de dagen zo vlug vliegen. Moet jij nog veel werken nà de winkeluren ? Schoenlapper zijn is een arbeidsintensieve bezigheid. Je bent de hele dag bezig, al die schoenen passeren door je handen.  En of ik na de winkeluren nog bezig blijf ? Natuurlijk, een zelfstandige stopt niet op het uur dat de winkel sluit. Integendeel, dan renderen de uren het meest. Ik zou het zo zeggen: het is nà de uren dat je geld verdient. Dan kun je immers doorwerken en de klanten die dan ’s morgens  hun schoenen gerepareerd komen halen, tevreden stellen. Stel dat je opnieuw twintig bent en je opnieuw kunt kiezen. Welk beroep zou je dan willen instappen ? Ik kan daarop enkel antwoorden dat ik nu heel content ben. In de toekomst zou ik mij wel nog kunnen verdiepen in de kunst van het koken. En in de cultuur van wijn. En: ik wil meer tijd maken om te lezen ! Ik weet dat jij inderdaad een paar hobby’s, zeg maar passies hebt. Naast de passie voor jouw Maureen natuurlijk.  Jij hebt onder meer ook biezondere interesse voor “oude dingen”, voor alles wat retro is. Hoe kom je daarbij ? Vindt u niet, wij leven toch in een irreële wereld. Oude, degelijke, gesculpteerde kasten in vol hout – zogenaamde antiek : dat kost niets meer. Je kunt zulke meubels voor een prikje op de kop tikken. En wat doén wij: wij kopen vaak “geperste” kasten voor veel geld. Zijn wij dan niet onwerkelijk bezig ? Ik zeg: leve de deugdelijke retrokast. Naar het schijnt trekt de Westhoek en vooral ook zijn bekende streekbieren jouw speciale aandacht. Ik hou van de Ardennen, maar ik ben trots op Vlaanderen. Onze eigen, Vlaamse producten zijn soms wereldwijd bekend en gegeerd, maar wij appreciëren ze niet voluit. Wij zijn te weinig chauvinistisch. Wij mogen ons Vlaming voelen op een positieve manier. En wij mogen trots zijn op onze talenkennis waarmee wij onder meer de Hollanders ver het nakijken geven ! Wij mogen trots zijn op onze typisch West-Vlaamse werkkracht. Wij mogen trots zijn op onze mooie dorpen, op de vele geslaagde renovaties van onze dorpskernen.  Leve de schoonheid van dichtbij ! UITNODIGING Op dinsdag 19 maart – het feest van timmervakman Jozef – kunt u, samen met het Davidsfonds, een bezoek brengen aan het “atelier” van meester-schoenlapper Kristof.  Het Davidsfonds organiseert dit bezoek in het kader van de Nacht van de Geschiedenis  die dit jaar in het teken staat van de VAKMAN. Naam van het bezoek:  Wie ’t schoentje past … Start van het bezoek: 19u.30. Locatie: Schoenmakerij Kristof, Dorpsstraat 24. Omdat de plaatsen beperkt zijn, vragen wij vooraf in te schrijven bij: Daniël Vandenbroucke 051. 58 90 22 Daniël.Vandenbroucke1@telenet.be Deelnameprijs: 2 euro – met Davidsfondscultuurkaart: 1 euro.
© DF-Koekelare 
Kristof Vanhee
Te gast bij ... meester- schoenlapper Kristof Vanhee 25 JAAR VAKMANSCHAP Wat dreef hem bij zijn jobkeuze ? Wat boeit hem in zijn werk ? Wat vindt hij van zijn klanten ? Hoe ziet hij zijn toekomst ? En de toekomst van zijn vak ? Wij gingen op interview bij Kristof Vanhee, meester- schoenlapper in het midden van zijn  dorp.
Waarom koos jij ervoor om schoenlapper  te worden ? Je begint wel met een moeilijke vraag. Hoe kom je tot zo’n keuze ? Da’s een heel verhaal ! In de Lagere School haalde ik goeie punten. Mijn vader zond mij dus naar “het college”. Ik hield dit twee jaar vol, maar ik was echt geen student. Toch hoopte mijn vader nog op bekering. Hij zond mij dus naar het internaat in Meldert. Daar zou men van mij wel een student maken, zo dacht  mijn pa. Ik volgde er de moderne afdeling, de zogenaamde “economische”. Na twee jaar presteerde ik het om voor wiskunde en economie een onvoldoende te scoren.  Ik was toen zestien jaar, ik vond mij “klaar voor het leven”. De school beschouwde ik als “speeltuin” en eigenlijk tijdverlies.  Mijn kindertijd was voorbij, zo vond ik. Jij stond toen dus eigenlijk op een keerpunt in je leven ? Dat mag je wel stellen. In de zomervakantie die daarop volgde, mocht ik een maand lang vakantiejob doen. Ik speelde “garçon” aan de kust. Voor mij was dit een echt fantastische tijd. Ik wilde, wat zeg ik, ik was enthousiast om te “werken met m’n handen”.  Mijn pa moest zijn droom – dat ik ook voor kinesist zou studeren – opbergen. Dit was niks voor mij. Mijn oudere broer volgde toen al in Antwerpen de opleiding voor schoenmaker. Het lag dus voor de hand dat ik zijn spoor zou volgen. Niets echter was minder waar : school lopen was voor mij het ergste wat men mij kon aandoen. En hoe liep het dan verder ? Waar leerde jij dan de “stiel” ? Wel, gelukkig bestond toen al de mogelijkheid om met een leercontract het diploma van schoenlapper te halen. Zo kwam ik terecht bij Gerard Dekeyzer en zijn zoon Geert, de orthopedist. Gerard hield in de Hofstraat in Torhout de goed beklante schoenlapperij open. Zowel mijn vader als mijn moeder stemden erin toe dat ik deze kans kreeg. Ik ben er hen nog altijd biezonder dankbaar voor. En ik moet zeggen: ik kreeg van Gerard de perfecte opleiding. Hij was wel streng maar voor mij was hij de ideale leermeester. Hij leerde mij de technische vaardigheid van schoenlapper aan. De “tatsenvoet” die hier in mijn winkel staat, kreeg ik van hem cadeau toen ik bij hem na drie jaar leercontract “afstudeerde” ! En toen …startte jij een eigen schoenlapperij ? Neen hoor, ik moest dan nog mijn legerdienst doen. Hoewel ik beter zou zeggen: ik mócht deze dienst doen. Ik vond dit een “geluk”. Ik mocht van mijn pa wel geen para worden. Dat viel dus eerst tegen, maar mijn legerdienst in Duitsland viel erg mee. Ik kon er in de keuken werken, maakte zo ook allerlei personeelsfeestjes mee en kon er de tafels van de officieren “prepareren”. Ik moet zeggen dat de tafelrestjes er nadien telkens biezonder lekker meevielen… En na jouw legerdienst ? Ja inderdaad, toen begon het pas echt voor mij. Hier in de Dorpsstraat van Koekelare kon ik de winkelruimte huren van Lisa Dhulster. Zij had er jarenlang een groentenwinkel gerund. Daar bleef ik negen jaar tot wij de plek waar ik nu werk en woon konden aankopen. Schoenen lappen en oplappen, dat vergt heel wat technische kunde. Wijzigen de technieken nu nog ? Of blijft dit vrij stabiel ? Eigenlijk blijft dit vrij stabiel. Een schoen wordt nu gemaakt zoals hij honderd jaar geleden werd gemaakt. Materie en vorm blijven omzeggens dezelfde. Het enige – en wel grote – verschil is dat wat vroeger uitsluitend manueel werd gemaakt, nu veelal machinaal gebeurt. Hoe lang doe jij dit ambacht al ? Als zelfstandige doe ik dit nu precies 25 jaar ! … De tijd loopt snel, zeker op goeie schoenen ! Jij krijgt heel wat schoenen onder handen.  Is er veel verschil in kwaliteit ? Heel zeker. Dit is ook altijd zo geweest. Je moet bovendien geen vakman zijn om te zien of je te maken hebt met mooi plastiek dan wel met gezond en soepel leer. Ik mag dit hier wel eens zeggen: het enige Belgische merk dat de harde concurrentie met Italiaanse of Nederlandse merken met glans doorstaat is het merk  Ambiorix uit Tongeren. Van Bommel uit Nederland is niet beter, maar die Hollanders zijn héél soepele verkopers… zij lijken als verkoper zacht als leder, maar eigenlijk zijn ze hard als een veter… Jij bent in ons dorp een bekende figuur als vakman in je schoenwinkel. Hoe sta jij tegenover je klanten in de winkel ? Vind je hen soms niet lastig ? Of te veeleisend ? Nee hoor. Iedereen is heel welkom, of wat dacht je ?! Het enige wat wel moeilijk ligt, is dat sommige klanten te goedkope schoenen kopen. Die schoenen vertonen dan natuurlijk vlug “mankementen”. Kristof herstelt die dan zo goed en zo kwaad als dat kan. Klant tevreden, maar helaas duurt dat leuke liedje niet lang. Na korte tijd staan ze daar opnieuw met dezelfde schoenen… Met zulke schoenen haal je geen eer van je werk. Ik heb dus maar één raad: koop degelijke schoenen. En als ’t nodig is, loont het wel de moeite om ze kwalitatief te herstellen. Hoe beter de schoen, hoe beter voor de schoenlapper ! Jij bent eigenlijk altijd erg vriendelijk en empathisch naar je klanten toe. Stop jij in die gesprekken met je klanten niet te veel energie en draag je hun problemen soms niet met je mee ? Ik vind van niet. Och, d’er zijn zelfs mensen die zomaar eens binnenlopen in de winkel, gewoon om goeiendag te zeggen en een kort babbeltje te slaan. Of ik problemem van mensen met mij meedraag ? Laat mij hierover dit zeggen: met mensen openhartig praten, al is het wel eens over zorgen: dit is “mijn lang leven”  bij wijze van spreken. In onze tijd van individualisme kan een babbel soms wonderen verrichten. Al zijn het maar kleine wondertjes, maar het kan. Eigenlijk heb ik die “bezorgdheid” voor mensen van mijn vader. Hij wou ook altijd mensen helpen. Dit wil ik hier toch vertellen: het volgende gebeurt in mijn winkel. Ik krijg hier in mijn winkel een autistisch kind, een zogenaamd mongooltje op bezoek. Altijd op zondagmorgen. En dan moet ik, samen met de klanten die toevallig in de winkel zijn op dat moment, hardop en met vele gebaren, altijd hetzelfde liedje zingen. En daarna moet er een stevige knuffel volgen. Je bent op slag alle drukte van de voorbije week vergeten. Zalig is dit ! Jij kent door je beroep heel veel mensen van alle slag.  Kun jij dit zeggen: wat bekommert de mensen het meest in hun leven ? In ons lieve landje hebben wij het materieel zo goed. Wij beseffen dit meestal niet, maar wij hébben twee-, drie- soms tienmaal meer dan de grote meerderheid van mensen in onze wereld.  Daartegenover staat dat er hier, zo vaak verdoken, zo’n grote emotionele armoede heerst. Mensen zeggen zo vaak dat ze geen tijd hebben voor dit of voor dat. Dat klopt niet. Je moet tijd maken. Zovelen lopen achter, wat ik noem “lege dozen” aan. Steeds meer geld willen, steeds verdere reizen maken, vrijheid om te profiteren van wat geld schijnbaar te bieden heeft… Heel vaak is dit niet de weg die naar diep geluk leidt. Zo hebben Maureen en ik ervoor gekozen om te investeren in een goed …fornuis ! Daar geniet je elke dag van. Samen. Dat mààkt gelukkig. Och, eigenlijk ben ik op dat punt een eigen-zinnige Einzelgänger. Ik wil zelfstandig zijn, ook in de manier waarop ik keuzes maak in het leven. Ik wil kunnen genieten van stevige vriendschappen. Ik wil er werk van maken om een gerechtje helemaal op punt te zetten. Ik wil de tuin van mijn vader pico bello onderhouden. Ik wil met mijn wielervrienden een stevige rit maken…  Dit geeft mij eigen zin, in alle betekenissen van het woord. Dat schenkt mij echt vol- doening. Als wij als volwassenen iets aan de jeugd moeten meegeven, dan is het dit toch: suggesties en voorbeelden om aan het leven te beginnen. Immers: leven is een kunst. En daar mag je niet oppervlakkig mee omspringen. Jong geleerd, is oud gedaan ! Wat vind jij het leukste aan je job ? Dat ik thuis kan zijn. Thuis kunnen werken is een luxe waarvan ik ten volle geniet. Ik ben altijd thuis en dit is voor mijn vrouw Maureen en voor onze kinderen, Bram en Robbert, wel tof. En praktisch. Ik kan af en toe een deel van het huishouden doen. En ik sta ook met veel plezier aan het fornuis. Schrijf het maar op: echte warmte vind je bij het eigen fornuis ! En wat valt eventueel tegen ? Of zwaar ? Dat de uren en de dagen zo vlug vliegen. Moet jij nog veel werken nà de winkeluren ? Schoenlapper zijn is een arbeidsintensieve bezigheid. Je bent de hele dag bezig, al die schoenen passeren door je handen.  En of ik na de winkeluren nog bezig blijf ? Natuurlijk, een zelfstandige stopt niet op het uur dat de winkel sluit. Integendeel, dan renderen de uren het meest. Ik zou het zo zeggen: het is nà de uren dat je geld verdient. Dan kun je immers doorwerken en de klanten die dan ’s morgens  hun schoenen gerepareerd komen halen, tevreden stellen. Stel dat je opnieuw twintig bent en je opnieuw kunt kiezen. Welk beroep zou je dan willen instappen ? Ik kan daarop enkel antwoorden dat ik nu heel content ben. In de toekomst zou ik mij wel nog kunnen verdiepen in de kunst van het koken. En in de cultuur van wijn. En: ik wil meer tijd maken om te lezen ! Ik weet dat jij inderdaad een paar hobby’s, zeg maar passies hebt. Naast de passie voor jouw Maureen natuurlijk.  Jij hebt onder meer ook biezondere interesse voor “oude dingen”, voor alles wat retro is. Hoe kom je daarbij ? Vindt u niet, wij leven toch in een irreële wereld. Oude, degelijke, gesculpteerde kasten in vol hout – zogenaamde antiek : dat kost niets meer. Je kunt zulke meubels voor een prikje op de kop tikken. En wat doén wij: wij kopen vaak “geperste” kasten voor veel geld. Zijn wij dan niet onwerkelijk bezig ? Ik zeg: leve de deugdelijke retrokast. Naar het schijnt trekt de Westhoek en vooral ook zijn bekende streekbieren jouw speciale aandacht. Ik hou van de Ardennen, maar ik ben trots op Vlaanderen. Onze eigen, Vlaamse producten zijn soms wereldwijd bekend en gegeerd, maar wij appreciëren ze niet voluit. Wij zijn te weinig chauvinistisch. Wij mogen ons Vlaming voelen op een positieve manier. En wij mogen trots zijn op onze talenkennis waarmee wij onder meer de Hollanders ver het nakijken geven ! Wij mogen trots zijn op onze typisch West-Vlaamse werkkracht. Wij mogen trots zijn op onze mooie dorpen, op de vele geslaagde renovaties van onze dorpskernen.  Leve de schoonheid van dichtbij ! UITNODIGING Op dinsdag 19 maart – het feest van timmervakman Jozef – kunt u, samen met het Davidsfonds, een bezoek brengen aan het “atelier” van meester- schoenlapper Kristof.  Het Davidsfonds organiseert dit bezoek in het kader van de Nacht van de Geschiedenis  die dit jaar in het teken staat van de VAKMAN. Naam van het bezoek:  Wie ’t schoentje past … Start van het bezoek: 19u.30. Locatie: Schoenmakerij Kristof, Dorpsstraat 24. Omdat de plaatsen beperkt zijn, vragen wij vooraf in te schrijven bij: Daniël Vandenbroucke 051. 58 90 22 Daniël.Vandenbroucke1@telenet.be Deelnameprijs: 2 euro – met Davidsfondscultuurkaart: 1 euro.
© DF-Koekelare 
Kristof Vanhee
Te gast bij ... meester-schoenlapper Kristof Vanhee 25 JAAR VAKMANSCHAP Wat dreef hem bij zijn jobkeuze ? Wat boeit hem in zijn werk ? Wat vindt hij van zijn klanten ? Hoe ziet hij zijn toekomst ? En de toekomst van zijn vak ? Wij gingen op interview bij Kristof Vanhee, meester- schoenlapper in het midden van zijn  dorp.
Waarom koos jij ervoor om schoenlapper  te worden ? Je begint wel met een moeilijke vraag. Hoe kom je tot zo’n keuze ? Da’s een heel verhaal ! In de Lagere School haalde ik goeie punten. Mijn vader zond mij dus naar “het college”. Ik hield dit twee jaar vol, maar ik was echt geen student. Toch hoopte mijn vader nog op bekering. Hij zond mij dus naar het internaat in Meldert. Daar zou men van mij wel een student maken, zo dacht  mijn pa. Ik volgde er de moderne afdeling, de zogenaamde “economische”. Na twee jaar presteerde ik het om voor wiskunde en economie een onvoldoende te scoren.  Ik was toen zestien jaar, ik vond mij “klaar voor het leven”. De school beschouwde ik als “speeltuin” en eigenlijk tijdverlies.  Mijn kindertijd was voorbij, zo vond ik. Jij stond toen dus eigenlijk op een keerpunt in je leven ? Dat mag je wel stellen. In de zomervakantie die daarop volgde, mocht ik een maand lang vakantiejob doen. Ik speelde “garçon” aan de kust. Voor mij was dit een echt fantastische tijd. Ik wilde, wat zeg ik, ik was enthousiast om te “werken met m’n handen”.  Mijn pa moest zijn droom – dat ik ook voor kinesist zou studeren – opbergen. Dit was niks voor mij. Mijn oudere broer volgde toen al in Antwerpen de opleiding voor schoenmaker. Het lag dus voor de hand dat ik zijn spoor zou volgen. Niets echter was minder waar : school lopen was voor mij het ergste wat men mij kon aandoen. En hoe liep het dan verder ? Waar leerde jij dan de “stiel” ? Wel, gelukkig bestond toen al de mogelijkheid om met een leercontract het diploma van schoenlapper te halen. Zo kwam ik terecht bij Gerard Dekeyzer en zijn zoon Geert, de orthopedist. Gerard hield in de Hofstraat in Torhout de goed beklante schoenlapperij open. Zowel mijn vader als mijn moeder stemden erin toe dat ik deze kans kreeg. Ik ben er hen nog altijd biezonder dankbaar voor. En ik moet zeggen: ik kreeg van Gerard de perfecte opleiding. Hij was wel streng maar voor mij was hij de ideale leermeester. Hij leerde mij de technische vaardigheid van schoenlapper aan. De “tatsenvoet” die hier in mijn winkel staat, kreeg ik van hem cadeau toen ik bij hem na drie jaar leercontract “afstudeerde” ! En toen …startte jij een eigen schoenlapperij ? Neen hoor, ik moest dan nog mijn legerdienst doen. Hoewel ik beter zou zeggen: ik mócht deze dienst doen. Ik vond dit een “geluk”. Ik mocht van mijn pa wel geen para worden. Dat viel dus eerst tegen, maar mijn legerdienst in Duitsland viel erg mee. Ik kon er in de keuken werken, maakte zo ook allerlei personeelsfeestjes mee en kon er de tafels van de officieren “prepareren”. Ik moet zeggen dat de tafelrestjes er nadien telkens biezonder lekker meevielen… En na jouw legerdienst ? Ja inderdaad, toen begon het pas echt voor mij. Hier in de Dorpsstraat van Koekelare kon ik de winkelruimte huren van Lisa Dhulster. Zij had er jarenlang een groentenwinkel gerund. Daar bleef ik negen jaar tot wij de plek waar ik nu werk en woon konden aankopen. Schoenen lappen en oplappen, dat vergt heel wat technische kunde. Wijzigen de technieken nu nog ? Of blijft dit vrij stabiel ? Eigenlijk blijft dit vrij stabiel. Een schoen wordt nu gemaakt zoals hij honderd jaar geleden werd gemaakt. Materie en vorm blijven omzeggens dezelfde. Het enige – en wel grote – verschil is dat wat vroeger uitsluitend manueel werd gemaakt, nu veelal machinaal gebeurt. Hoe lang doe jij dit ambacht al ? Als zelfstandige doe ik dit nu precies 25 jaar ! … De tijd loopt snel, zeker op goeie schoenen ! Jij krijgt heel wat schoenen onder handen.  Is er veel verschil in kwaliteit ? Heel zeker. Dit is ook altijd zo geweest. Je moet bovendien geen vakman zijn om te zien of je te maken hebt met mooi plastiek dan wel met gezond en soepel leer. Ik mag dit hier wel eens zeggen: het enige Belgische merk dat de harde concurrentie met Italiaanse of Nederlandse merken met glans doorstaat is het merk  Ambiorix uit Tongeren. Van Bommel uit Nederland is niet beter, maar die Hollanders zijn héél soepele verkopers… zij lijken als verkoper zacht als leder, maar eigenlijk zijn ze hard als een veter… Jij bent in ons dorp een bekende figuur als vakman in je schoenwinkel. Hoe sta jij tegenover je klanten in de winkel ? Vind je hen soms niet lastig ? Of te veeleisend ? Nee hoor. Iedereen is heel welkom, of wat dacht je ?! Het enige wat wel moeilijk ligt, is dat sommige klanten te goedkope schoenen kopen. Die schoenen vertonen dan natuurlijk vlug “mankementen”. Kristof herstelt die dan zo goed en zo kwaad als dat kan. Klant tevreden, maar helaas duurt dat leuke liedje niet lang. Na korte tijd staan ze daar opnieuw met dezelfde schoenen… Met zulke schoenen haal je geen eer van je werk. Ik heb dus maar één raad: koop degelijke schoenen. En als ’t nodig is, loont het wel de moeite om ze kwalitatief te herstellen. Hoe beter de schoen, hoe beter voor de schoenlapper ! Jij bent eigenlijk altijd erg vriendelijk en empathisch naar je klanten toe. Stop jij in die gesprekken met je klanten niet te veel energie en draag je hun problemen soms niet met je mee ? Ik vind van niet. Och, d’er zijn zelfs mensen die zomaar eens binnenlopen in de winkel, gewoon om goeiendag te zeggen en een kort babbeltje te slaan. Of ik problemem van mensen met mij meedraag ? Laat mij hierover dit zeggen: met mensen openhartig praten, al is het wel eens over zorgen: dit is “mijn lang leven”  bij wijze van spreken. In onze tijd van individualisme kan een babbel soms wonderen verrichten. Al zijn het maar kleine wondertjes, maar het kan. Eigenlijk heb ik die “bezorgdheid” voor mensen van mijn vader. Hij wou ook altijd mensen helpen. Dit wil ik hier toch vertellen: het volgende gebeurt in mijn winkel. Ik krijg hier in mijn winkel een autistisch kind, een zogenaamd mongooltje op bezoek. Altijd op zondagmorgen. En dan moet ik, samen met de klanten die toevallig in de winkel zijn op dat moment, hardop en met vele gebaren, altijd hetzelfde liedje zingen. En daarna moet er een stevige knuffel volgen. Je bent op slag alle drukte van de voorbije week vergeten. Zalig is dit ! Jij kent door je beroep heel veel mensen van alle slag.  Kun jij dit zeggen: wat bekommert de mensen het meest in hun leven ? In ons lieve landje hebben wij het materieel zo goed. Wij beseffen dit meestal niet, maar wij hébben twee-, drie- soms tienmaal meer dan de grote meerderheid van mensen in onze wereld.  Daartegenover staat dat er hier, zo vaak verdoken, zo’n grote emotionele armoede heerst. Mensen zeggen zo vaak dat ze geen tijd hebben voor dit of voor dat. Dat klopt niet. Je moet tijd maken. Zovelen lopen achter, wat ik noem “lege dozen” aan. Steeds meer geld willen, steeds verdere reizen maken, vrijheid om te profiteren van wat geld schijnbaar te bieden heeft… Heel vaak is dit niet de weg die naar diep geluk leidt. Zo hebben Maureen en ik ervoor gekozen om te investeren in een goed …fornuis ! Daar geniet je elke dag van. Samen. Dat mààkt gelukkig. Och, eigenlijk ben ik op dat punt een eigen-zinnige Einzelgänger. Ik wil zelfstandig zijn, ook in de manier waarop ik keuzes maak in het leven. Ik wil kunnen genieten van stevige vriendschappen. Ik wil er werk van maken om een gerechtje helemaal op punt te zetten. Ik wil de tuin van mijn vader pico bello onderhouden. Ik wil met mijn wielervrienden een stevige rit maken…  Dit geeft mij eigen zin, in alle betekenissen van het woord. Dat schenkt mij echt vol-doening. Als wij als volwassenen iets aan de jeugd moeten meegeven, dan is het dit toch: suggesties en voorbeelden om aan het leven te beginnen. Immers: leven is een kunst. En daar mag je niet oppervlakkig mee omspringen. Jong geleerd, is oud gedaan ! Wat vind jij het leukste aan je job ? Dat ik thuis kan zijn. Thuis kunnen werken is een luxe waarvan ik ten volle geniet. Ik ben altijd thuis en dit is voor mijn vrouw Maureen en voor onze kinderen, Bram en Robbert, wel tof. En praktisch. Ik kan af en toe een deel van het huishouden doen. En ik sta ook met veel plezier aan het fornuis. Schrijf het maar op: echte warmte vind je bij het eigen fornuis ! En wat valt eventueel tegen ? Of zwaar ? Dat de uren en de dagen zo vlug vliegen. Moet jij nog veel werken nà de winkeluren ? Schoenlapper zijn is een arbeidsintensieve bezigheid. Je bent de hele dag bezig, al die schoenen passeren door je handen.  En of ik na de winkeluren nog bezig blijf ? Natuurlijk, een zelfstandige stopt niet op het uur dat de winkel sluit. Integendeel, dan renderen de uren het meest. Ik zou het zo zeggen: het is nà de uren dat je geld verdient. Dan kun je immers doorwerken en de klanten die dan ’s morgens  hun schoenen gerepareerd komen halen, tevreden stellen. Stel dat je opnieuw twintig bent en je opnieuw kunt kiezen. Welk beroep zou je dan willen instappen ? Ik kan daarop enkel antwoorden dat ik nu heel content ben. In de toekomst zou ik mij wel nog kunnen verdiepen in de kunst van het koken. En in de cultuur van wijn. En: ik wil meer tijd maken om te lezen ! Ik weet dat jij inderdaad een paar hobby’s, zeg maar passies hebt. Naast de passie voor jouw Maureen natuurlijk.  Jij hebt onder meer ook biezondere interesse voor “oude dingen”, voor alles wat retro is. Hoe kom je daarbij ? Vindt u niet, wij leven toch in een irreële wereld. Oude, degelijke, gesculpteerde kasten in vol hout – zogenaamde antiek : dat kost niets meer. Je kunt zulke meubels voor een prikje op de kop tikken. En wat doén wij: wij kopen vaak “geperste” kasten voor veel geld. Zijn wij dan niet onwerkelijk bezig ? Ik zeg: leve de deugdelijke retrokast. Naar het schijnt trekt de Westhoek en vooral ook zijn bekende streekbieren jouw speciale aandacht. Ik hou van de Ardennen, maar ik ben trots op Vlaanderen. Onze eigen, Vlaamse producten zijn soms wereldwijd bekend en gegeerd, maar wij appreciëren ze niet voluit. Wij zijn te weinig chauvinistisch. Wij mogen ons Vlaming voelen op een positieve manier. En wij mogen trots zijn op onze talenkennis waarmee wij onder meer de Hollanders ver het nakijken geven ! Wij mogen trots zijn op onze typisch West-Vlaamse werkkracht. Wij mogen trots zijn op onze mooie dorpen, op de vele geslaagde renovaties van onze dorpskernen.  Leve de schoonheid van dichtbij ! UITNODIGING Op dinsdag 19 maart – het feest van timmervakman Jozef – kunt u, samen met het Davidsfonds, een bezoek brengen aan het “atelier” van meester-schoenlapper Kristof.  Het Davidsfonds organiseert dit bezoek in het kader van de Nacht van de Geschiedenis  die dit jaar in het teken staat van de VAKMAN. Naam van het bezoek:  Wie ’t schoentje past … Start van het bezoek: 19u.30. Locatie: Schoenmakerij Kristof, Dorpsstraat 24. Omdat de plaatsen beperkt zijn, vragen wij vooraf in te schrijven bij: Daniël Vandenbroucke 051. 58 90 22 Daniël.Vandenbroucke1@telenet.be Deelnameprijs: 2 euro – met Davidsfondscultuurkaart: 1 euro.